Het verfilmbare leven van Albert Frère

De figuur Albert Frère is controversieel. Dat bleek uit een reactie op onze vorige blogpost. Alle begrip voor de criticus, de miljardair is allerminst onbesproken, en hij verdient absoluut evenveel kritiek als lof. En we blijven erbij: ik zie commercieel brood in de verfilming van zijn levensverhaal.

Als hoofdredacteur van De Tijd had ik het geluk Albert Frère in 2010 twee keer te spreken, gedurende meerdere uren per keer. Het was een exclusief interview dat ik met mijn toenmalige collega van L’Echo afnam. Exclusief in de strengste betekenis van het woord: nadien, en vele jaren voordien, had Frère nooit on the record met de pers willen praten over zijn business.

Ik had dat interview dan ook voorbereid zoals ik nooit voordien. Ik verslond honderden pagina’s over de man en zijn affaires. Ik ging praten met mensen die hem persoonlijk kenden, voor- en tegenstander, en ik liet me inlichten door oudere journalisten die de Frère van de jaren 70 en 80 hadden gevolgd. En het hielp natuurlijk dat ik toen al ruim 15 jaar financieel België op de voet volgde. Het is onmogelijk financieel België te volgen zonder Frère te volgen.

Alle vragen waren geoorloofd, dus ik stelde ze allemaal, ook de meest kritische. Uit zijn antwoorden distilleerde ik het interview dat in De Tijd van 18 september 2010 verscheen. In die krant schreef ik ook een commentaar over de figuur Frère. Dat geef ik hieronder in een ietwat verkorte versie mee, opdat u een beter zicht krijgt op de complexe persoonlijkheid.

De grootste opportunist

Albert Frère is een bigger-than-life-figuur. En bigger than Belgium. De Waal is volgens het Amerikaans zakenblad Forbes veruit de rijkste Belg, op de obscure Kazachse Belg Patokh Chodiev na. Bovendien speelde Frère een rol in verbazend veel historische economische dossiers in België. Het Waalse staal, de strijd om de Generale, de verkoop van BBL, Petrofina en Royale Belge, de overname van Tractebel en Electrabel door Suez, de uitbouw van CLT en Audiofina tot een van de grootste Europese mediagroepen… Overal had Frère achter de schermen minstens een van de touwtjes in handen.

Frère kreeg nochtans niets in de schoot geworpen. De zoon van handelaren in ijzerwaren begon van scratch af aan zijn imperium. Geen diploma, geen vermogen, geen partners van aanzien. Hoe flikte hij het dan, zo in zijn eentje?

‘De gelegenheid maakt de dief’, laat Frère zich tijdens het interview ontvallen. Een betere omschrijving van Frère bestaat niet. Niet dat hij een dief is in de letterlijke betekenis, maar als het erop aankomt een flinke buitenkans extreem uit te buiten, kent de Karolinger zijn gelijke niet. Frère speelt het spel volgens de regels, maar hij speelt het beter dan de anderen. Mochten er Monopoly-tornooien bestaan met écht geld, Frère was meervoudig wereldkampioen.

Een Monopoly-kampioen beschikt over gigantisch veel lef en kijkt verder dan de anderen. De nog jonge Frère zocht in de late jaren 50 contact met staalconsumenten uit de toenmalige Sovjet-Unie. De Koreaanse oorlog was net afgelopen, er was een tekort aan staal en de prijzen waren hoog. Frère schreef honderden potentiële afnemers aan. De bestellingen begonnen binnen te lopen. Met de eerste verkopen en voorschotten nam hij staalbedrijfjes over in zijn buurt, het staalbekken van Charleroi. Uiteindelijk had hij een commercieel netwerk over de hele wereld geweven.

Frère werd een staalbaron, maar weer keek hij verder dan zijn neus lang was. In de late jaren 70 zag hij, in het zog van de oliecrisis, de staalcrisis aankomen. Hij slaagde erin zijn commerciële belangen te scheiden van zijn productiebelangen. Zo kon hij in volle crisis nog mooie winsten innen op de verkoop van verlieslatende staalproducten. Je moet het maar doen.

Een Monopoly-kampioen omringt zich op de juiste momenten met de juiste partners. Frère heeft een talent om met mensen om te gaan. Dat merkten wij, journalisten, ook: hij ontvangt ons als een allercharmantst gastheer. In het interview benadrukt hij het belang van zijn vriendschappen, met Paul Desmarais, met Bernard Arnault, met Luc Bertrand. Toen het hem goed uitkwam, was hij ook close met toppolitici van alle slag. Met de PS’er André Cools bedisselde hij in 1981 de voor hem fortuinlijke fusie van zijn staalgroep Hainaut-Sambre met Cockerill.

Begin jaren 80 was hij ook dik met de liberale minister van Financiën Willy De Clercq. Toen die met CVP-senator Etienne Cooreman in 1982 flinke fiscale voordelen voor beleggers en beursgenoteerde ondernemingen in een koninklijk besluit goot, profiteerde niemand daar meer van dan Frère. Liefst zes keer verhoogde hij het kapitaal van zijn holding GBL, waardoor dat in twee jaar tijd verachtvoudigde. Opnieuw was de opportuniteit er, en opnieuw maakte de Waal er maximaal gebruik van.

En zo kunnen we nog even doorgaan, het is telkens hetzelfde liedje. Of het nu nageltjes zijn of de grootste bedrijven van België: Frère koopt goedkoop en verkoopt met winst. Velen hebben hem verweten dat hij zo de Belgische economische kroonjuwelen aan het buitenland verpatst heeft. Is die kritiek terecht? En moet iemand met zo veel macht en rijkdom niet een dienst terugdoen aan het land of de regio die hem al die fantastische opportuniteiten heeft geboden?

Frère zelf vindt die kritiek in elk geval níét terecht. Tijdens het interview brengt hij voortdurend argumenten aan die ons van het tegendeel moeten overtuigen. Hij heeft Petrofina niet verkocht, hij heeft Petrofina gered. En hij stond wel degelijk achter de plannen van de Grote Belgische Bank – een combinatie van Generale Bank, BBL en het Gemeentekrediet. ‘Ik was er kapot van toen het mislukte’, zegt hij. En hij zocht echt naar concrete oplossingen om Belgische bedrijven beter te verankeren. En redde hij de holding GBL niet uit buitenlandse klauwen?

Dat is allemaal waar. In de late jaren 80 drongen hij en zijn medewerkers naar verluidt aan op een herinvoering van het meervoudig stemrecht. Referentieaandeelhouders zouden meer stemmen per aandeel krijgen en zo een vijandig overnamebod bemoeilijken, luidde het. Inderdaad, dat is zo. Maar ook hier zien we de opportunist aan het werk: met meervoudig stemrecht kunnen financiers met relatief weinig aandelen een maximale controle uitoefenen.

Ook in het Petrofina-dossier maakt Frère een punt. Eigenlijk was Petrofina een miskoop voor GBL. Pas toen hij de Belgische beursparel eind jaren 80 in handen kreeg, merkte hij dat Petrofina minder sterk was dan de toenmalige top had laten uitschijnen. Een huwelijk met het machtige – en complementaire – Total tien jaar later leek wel degelijk de gunstigste oplossing voor de Belgische belangen van Petrofina. En het was de enige manier voor Frère om er nog meerwaarde uit te halen. Ook dat speelde, ja.

En dat de Grote Belgische Bank er niet kwam, was Frères schuld niet. Maar het is alweer Frère ten voeten uit: het duurde allemaal te lang voor de man die vooral wil doorspelen en winnen.

Tot slot lagen ruim twintig jaar geleden buitenlandse jagers op de loer voor de prooi GBL. Frère blies in een mum van tijd het kapitaal van NPM fors op, zodat dat groot genoeg was om via een groot belang GBL definitief bij hemzelf en zijn Canadese gezel Desmarais te verankeren.

Kortom, een beroepsverpatser van onze kroonjuwelen is hij niet. Frère is daar trouwens niet mee bezig. Hij speelt Monopoly. En als kei in dat spel kijkt hij verder dan zijn tegenstanders en critici. Eerder dan zij zag hij dat de lokale focus bijziend is. Grote bedrijven moeten internationaliseren. Het is nemen of genomen worden. Bij pakweg Bekaert, Delhaize en AB InBev lukte dat aardig, bij vele andere lukte dat niet. Daar waren ook bewoners van de toenmalige Frère-stal bij.

Een nationale held die de Belgische belangen nastreeft, is Albert baron Frère evenmin. Ook daar is hij niet mee bezig. Hij wil meerwaarde, rendement. Voor zichzelf uiteraard, maar – ook dat moet gezegd – ook voor de duizenden kleine aandeelhouders van zijn beursgenoteerde holdings GBL en NPM.

Maar hoe dan ook, met zijn formidabele financiële slagkracht had hij wel degelijk meer kunnen doen voor economisch België. ‘Ik heb Belgische ondernemers met goede projecten aangespoord om bij mij te komen’, zegt hij in het interview. Zijn er dan werkelijk zo weinig goede, grote Belgische projecten?

Pierre HUYLENBROECK, 18 september 2010.
De Tijd

Posted on 19 september 2017 at 10:20

Tags: ,

1 reactie

Comments (1)

  1. Eric Behiels

    19 september 2017 at 16:25

    Eind 2008 is de koers van Sofina +/- 50 Euro , nu 121 Euro , Ackermans idem +/-50 Euro nu 145 Euro ,Frere met GBL +/- 57 Euro nu 87 Euro
    niet moeilijk dat Frere de heer Bertrand tot zijn vriendenkring rekende . Vroeger beweerde men ook ;volg Frere en het komt in orde !
    Terloops ik heb geen rekening gehouden met de dividendenten .

Geef een reactie