De klok staat stil op vijf voor twaalf

Kurt Vansteeland, mijn vriend en ex-collega bij De Tijd, schreef onlangs een opiniestuk, getiteld ‘Het is vijf voor twaalf op het feestje’. Zijn boodschap bleek een schot in de roos. Het stuk werd herhaaldelijk geretweed, becommentarieerd en vrijwel unaniem onderschreven. En die boodschap luidt: ‘Beleggers zijn als Assepoester op het bal. Ze weten dat als ze te lang blijven, ze met pompoenen en muizen achterblijven. (…) De klok nadert vijf voor twaalf en slimme Assepoesters maken zich uit de voeten.’

Verkopen dus, nu het nog kan. Het deed me denken aan een artikel dat ik in De Financieel-Economische Tijd schreef in juli 1997, met de vreselijk gechargeerde titel: ‘Beurstrein raast razendsnel richting pijnlijke crash’. Anderhalf jaar later noteerde de Bel20 55% hoger. 2,5 jaar later noteerde Nasdaq zelfs 250% hoger.

Nu wil ik hier zeker niet beweren dat de beurzen ook deze keer nog een dergelijk spetterend jarenlang durend feest voor de boeg hebben. Ik heb daar geen flauw idee van. Niemand trouwens, zoals ook niemand kan weten wanneer het feestje zal eindigen.

Wat ik na 22 jaren van beurswaarnemingen inmiddels wel weet, is dat waarschuwen voor crashes iets is van alle tijden. Ook zes jaar geleden, op het absolute dieptepunt, toen aandelen spotgoedkoop waren, riepen sommigen: ‘verkoop alles!’ De wereld zou immers vergaan (voor alle duidelijkheid: Kurt riep dat toen zeker niet).

Ooit bergen beklommen?

Het is aan het begin van de tocht, langs de eerste kloven, dat hoogtevrees de amateurklimmer het meest parten speelt. U kan dan opwerpen: ‘Precies. Eens de klimmer zijn initiële vrees heeft overwonnen en de tocht naar de top steeds vlotter begint te lopen, wordt hij zelfbewuster en gaandeweg roekelozer. De kans op een valpartij neemt dus toe, bovendien van een hoger niveau.’

Goed opgeworpen. Maar het is niet omdat je nu 3.750 in plaats van 1.527 meter/punten hoog op de berg staat, dat je even pardoes naar 0 kan vallen. Ook de ravijnen bevinden zich doorgaans, naarmate de tocht hoger leidt, op hogere niveaus.

Ik ben het meestal roerend eens met Kurt. Gelukkig maar. Lees zijn interview in Mister Market Magazine n°18 nog eens: hij is echt wel een van die echt schrandere beursexperts van het land.

Deze keer ben ik het evenweel oneens met hem. Ten eerste zijn aandelen gemiddeld niét overdreven duur. Met name Europese bedrijven genieten van een ‘haast te goed om waar te zijn’-omgeving van ultralage rente, goedkope euro, goedkope energie, enthousiaste consumenten (zelfs in Duitsland!) en een aantrekkende kredietmarkt. Gezonde en goed geleide bedrijven hebben ruim voldoende omgevingsfactoren mee om in de nabije toekomst forse winststijgingen te kunnen realiseren. Zo’n fonkelend ‘goudlokje’-sprookje kan natuurlijk niet blijven duren. Maar het is niet omdat bedrijven op een dag niet meer van die unieke combinatie van meerdere gunstige factoren zullen genieten, dat u ze vandaag moet verkopen.

Trouwens: verkopen, om wat te kopen dan? Uiteraard kon u zes jaar geleden veel goedkoper kopen dan vandaag. Uiteraard komen er nog correcties, lelijke crashes zelfs, dat is 100% zeker. Uiteraard zal ooit het gratisgeldbeleid van de centraalbankiers eindigen en zal dat gepaard gaan met flink wat turbulenties. Maar wat dan nog? De weg naar een degelijk beursrendement is nu eenmaal niet lineair. Als u gespreid in de tijd koopt en op paniekmomenten niet hoeft te verkopen – en u onderdrukt uw menselijke reflex om net dan te willen verkopen! – bent u als spaarder over de lange termijn met aandelen al even zeker het beste af.

Waar ik nog altijd pal achter sta, is de slotalinea van dat ‘Beurstrein’-artikel dat ik 18 jaar geleden schreef: ‘Gaat de beurs nu crashen of niet? We zouden het niet weten. Maar een ding is zeker: de beleggers die alle crashwaarschuwingen van de voorbije jaren in de wind sloegen, hebben daar heel wat aan gewonnen. Zoals een Belgische analist het onlangs uitdrukte: ‘De aankoopkoersen na een crash zullen wellicht nog steeds hoger liggen dan de koersen waartegen de al te voorzichtige beleggers voordien hun aandelen verkochten.’ Een doordenkertje, maar het overdenken waard.’

Posted on 12 maart 2015 at 15:55

Tags:

2 reacties

Comments (2)

  1. peter bassens

    14 maart 2015 at 16:27

    dit is eigenlijk een antwoord op mijn vorige mail .
    velen hebben dit ook gedacht omdat ik inneens overal hoor spreken
    of schrijven over wat te doen met aandelen , houden , kopen , verkopen, ….? ( Wie weet het ? )
    zelf Serge Mampaey neemt een quote over van je in de tijd .(zaterdag 14/03 ).
    ( over je doordenkertje ) .

    dag ; Peter Bassens

  2. phuylb

    15 maart 2015 at 10:47

    Beste Peter,
    Dit was wel degelijk als antwoord op je vorige mail bedoeld :-).
    Ik geloof stellig in stelling: ‘Het beste moment om te verkopen is… eigenlijk nooit.’ Of ook: ‘Always stay invested.’
    Maar uiteraard verdient ook dit enige nuancering.
    In onze Mister Market-portefeuille romen we een deel van onze winst (40 à 45%) af na een koersverdubbeling tegenover de aankoopprijs of als de positie 60% meer waard is dan het gemiddelde van alle posities samen. De voornaamste reden hiervoor is dat we willen voorkomen dat een enkel aandeel 20%, 30% of meer weegt in de portefeuille. Om dezelfde reden verkopen we ‘losers’ die te veel achterlopen op het portefeuillegemiddelde: als aandelen nog maar 2% of minder van de portefeuille uitmaken, sijpelt de discpline weg – wat maakt het dan immers nog uit of het 10% stijgt of daalt?…
    Wat je ook altijd kan doen is de 80/20-regel toepassen. 80% aandelen 20% cash, en om de zes maanden ‘herkalibreren’. Indien de beurs dan flink gepresteerd heeft, is die verhouding geëvolueerd naar bijvoorbeeld 85/15 en ben je verplicht 5% van de aandelen te verkopen. Indien de beurs slecht presteerde en de verhouding is 70/30, moet je dan 10% bijkopen. Aldus koop je goedkoop en verkoop je duur. Altijd een goed idee.
    Tot slot is het cruciaal de aankopen te spreiden in de tijd.

Geef een reactie