Oude Zanna – dit artikel verscheen in maart 2015 in MMM*
De beurs, dat is een eindeloze pingpongmatch tussen angst en hebzucht en tussen hoop en wanhoop. Humeurwisselingen zorgen voor voortdurende overdrijvingen en een nimmer stilvallende handel. En ja, waarderingen en rente en zo, die spelen mee, maar dat is bijzaak. Klopt?
‘Klopt!’, roept u nu uit, als ik mijn verbeelding mag geloven.
Fopje! Het klopt niet. Of niet helemaal. Dat rente, winsten, inflatie en waardering bijzaken zijn, is bijvoorbeeld al te straf uitgedrukt. Dergelijke factoren zijn en blijven de fundamenten van de beurs, hoe gek de belegger zich ook gedraagt.
Het klopt natuurlijk wel dat die belegger, met zijn zotskapkuren en wiebelig gemoed, de koersen van hot naar her doet trippelen. Als het spreekwoordelijke hondje, aan een lange leiband op wandel met het baasje: het keffertje loopt nu eens voorop en blijft dan weer ergens snuffelend hangen, maar het zal bijna nooit vlak bij het baasje met dezelfde snelheid wandelen. Onze Froufrou toch niet, het poedeltje uit mijn jeugd.
Het punt is dus: het aantal keren dat Mister Market, de Froufrou van de beurs, eens niét overdrijft, ligt in de procentuele buurt van het aantal keer dat een kapotte klok het juiste uur aanduidt. Twee keer per dag, die klok. Zo’n mooie score haalt de zotgedraaide belegger niet.
Dus ja, emoties zijn redelijk overheersend in beursland. Toch klopt mijn inleiding om een tweede reden niet. Het draait namelijk minder rond angst, hebzucht en hoop, dan we jarenlang dachten. Waarrond het dan wel draait? Opwinding, ongerustheid en ontkenning. De drie O’s van Mister Market.
Welkom, beste lezer, in de wereld van de ‘emotional finance’.
• Daniel Kahneman
Zoals Daniel Kahneman en Amos Tversky in de jaren 70 behavioural finance naar het grote beurspubliek brachten, doet een ander duo, de psycholoog David Tuckett en de markteconoom Richard Taffler het nu voor ‘emotional finance’, met hun lijvig werkstuk ‘Fund Management: an Emotional Finance Perspective’.
Ze vertrekken vanuit de realiteit dat wij, de beleggers, voortdurend moeten werken in een onzekere omgeving. We moeten de onbekende toekomst interpreteren. Met ons brein alleen lukt dat niet. We moéten onze gevoelens inschakelen. We kunnen dan ook niet stellen dat emotionele beslissingen zwak zijn, of irrationeel. We denken, dus we voelen. Alles wat we doen heeft met emoties te maken. Het hoort er gewoon bij.
Die niet-aflatende stroom van emoties wordt nog eens fiks opgepookt door stress. Andermans geld beleggen is geen klein bier. Dat is verantwoordelijkheid. De klanten zijn veeleisend. Terecht ook, het is hun geld.
Alleen eisen ze het onmogelijke.
Tuckett en Taffler interviewden tientallen professionele beleggers. Die getuigen: ‘Presteer je 5% beter dan de markt, dan is de klant hopelijk tevreden. Presteer je 5% slechter, dan is de klant ribbedebie. Ook al benadrukken we keer op keer dat we een beleggingshorizon van minstens 3 à 5 jaar hanteren, na twaalf inferieure maanden lopen velen weg.’
De lange termijn is dus een fabeltje. Een vermogensbeheerder moet niet alleen beter zijn dan het marktgemiddelde, hij moet voortdurend beter zijn. Zijn bonus hangt ervan af. En zijn job: gemiddeld houdt een vermogensbeheerder het vijf jaar uit. Een doorsnee columniste gaat langer mee, zenne.
Daarom is ook de ernstige beheerder met zijn ‘3 à 5 jaar’-perspectief, continu met de koerswaan van alledag bezig. ‘Dat is slopend’, zegt een professional. ‘Besef immers dat, als je goed bezig bent, je gemiddeld 52 goede dagen hebt op de 100. Het is niet makkelijk niet de helft van de tijd slechtgezind naar huis te gaan, omdat je die dag een verlies slikte.’
Trouwens, wat een krankjorume sector is dit, waar men vooropstelt én eist dat iedereen beter is dan gemiddeld? ‘Waarom willen zoveel mensen een job waarin je haast zeker zal falen, ook al ben je goed?’, sakkerde iemand die de job wilde. Een hele sector die van al zijn werknemers verwacht dat ze letterlijk uitstekend zijn, rust op problematische fundamenten.
Hoe zou u het fatale risico mijden om zwaar onder het gemiddelde te vallen? Juist, door braafjes de markt te volgen. Vooral geen aparte dingen doen. In de kudde blijven. Samen met de kudde falen wordt nog aanvaard, alleen falen is funest. Professionele beleggers zijn dan ook echte kuddedieren.
Niet dat ze zo blij zijn midden in die kudde. ‘Het is een schizofrene toestand’, getuigde iemand. ‘Als je afwijkt van de consensus ben je bloednerveus, want dit kan fout lopen. Als je niet afwijkt ben je bloednerveus, want je kan geen extra waarde creëren. Als het goed gaat vrees je dat het niet zal duren, als het slecht gaat pieker je over manieren om de situatie zo snel mogelijk recht te trekken.’ Altijd bloednerveus. Toffe job.
Dat snelsnel rechttrekken van een situatie is trouwens een slecht idee. Een van de meest heikele momenten in vermogensbeheer is precies zo’n tegenvallende periode. Het grootste risico is dat de tijdelijk falende beheerder andere dingen probeert, roekelozer wordt, en van kwaad naar erger afglijdt.
• ja, ik ben beter!
Opmerkelijk is dat alle professionele beleggers (allemaal!) echt geloven dat ze de markt kunnen kloppen. Ze moeten wel, ze moeten overtuigd zijn dat zij dat speciaal talent hebben om tijdig de gouden aandelen te ontdekken. Ze moeten het immers hun klanten doen geloven. En hun bazen.
Dat windt hen op en zorgt tegelijk voor een continue onrust. Want ergens diep vanbinnen beseffen ze dat ze superman niét zijn. Dat wringt.
Dus ja, beleggen is een razend emotioneel beroep. Dat merk je ook aan de behoefte een relatie aan te gaan met de aandelen. De geïnterviewden ‘hielden van’ aandelen, of ze ‘haatten’ ze. Ze waren opgewonden over een aankoop, en zwaar ontgoocheld als het niet liep zoals verhoopt. Net als in een liefdesrelatie. Een relatie die – zoals soms in het echte leven – verbazend snel kan omslaan in een al even passionele haatrelatie.
Ze klampen zich vast aan verhalen. De term ‘story’ valt voortdurend tijdens de interviews. Een verhaal hoeft namelijk geen feit te zijn. Het draait om plausibiliteit en coherentie, niet om accuraatheid. Met exacte wetenschappen valt immers niet te leven in de beursjungle. Dankzij de verhalen krijgen ze tenminste het gevoel dat de onzekere toekomst te vatten valt. Dat is een troostende gedachte, daar op de inktdonkere weg richting resultaat.
En wat meer is: een verhaal laat de belegger toe een tegenvaller overtuigend te verklaren. Succesverhalen zijn dan weer eerder episch van toon, niet zelden met de verteller zelf in de heldenrol.
Veel beslissingen die we (op de beurs) nemen zijn niet het gevolg van een kwantitatieve analyse. Onze keuzes worden mee bepaald door verborgen motieven of grillen, of gewoon de behoefte ‘ervanaf’ te zijn. Dat laatste is in onze moderne ‘het moet vooruit’-maatschappij een fameus onderschat koop- of verkoopmotief.
Maar hoe zit het dan met de door de behaviouristen naar voren geschoven gevoelens ‘hebzucht’ en ‘angst’? Tuckett en Taffler nuanceren: ‘Ze worden niet zozeer gedreven door hebzucht en angst, maar door opwinding en een constant gevoel van onrust.’ Opwinding en onrust, ziedaar de yin en de yang van de beleggers.
Van de professionele beleggers, wil ik specifiëren. Kleine beleggers hebben daar allemaal veel minder last van. Ja toch, hé?
* Voortaan publiceren we elke maand een oud maar nog steeds actuele bijdrage van Pierre of Zanna op onze blog. Deze is van ruim 11 jaar geleden.

een beetje metaforisch:
De beroemde dichtregel “Want tussen droom en daad staan wetten in de weg en praktische bezwaren” komt uit het gedicht “Het Huwelijk” (1934) van Willem Elsschot. Het is een van de bekendste Nederlandse literatuurcitaten, vaak gebruikt om aan te geven dat idealen of plannen moeilijk uitvoerbaar zijn door regels en realistische obstakels.
Betekenis en Context:
De oorsprong: Het gedicht beschrijft de desillusie en de sleur binnen een huwelijk, waarin grootse plannen (“dromen”) uiteindelijk niet worden uitgevoerd.???
of:
een beetje zoals Willem Vermandere mij vertelde : De beurs is soms “regenachtig” : gaat het regenen? , heeft het geregend? , is het aan het regenen???
in Nederland zeggen ze dan : We gaan het meemaken…