Waarom rijken liever de beurs hebben, en armen liever een lotje

De beurs kan in theorie helpen om de kloof tussen rijk en niet rijk binnen de perken te houden, op voorwaarde natuurlijk dat ook de minderbedeelden het beetje geld dat ze niet nodig hebben voor de ultralange termijn in aandelen zouden beleggen.

Maar ik maak me geen illusies: van de twee die allebei voldoende geld hebben voor de beurs, zal de rijkere meestal liever de beurs betreden dan degene die moet opletten met zijn spaarcenten. Dat heeft niet alleen met de vele publieke veroordelingen van aandelen te maken. Dat zit gewoon in de mens.

Richard Thaler (foto), een van de boegbeelden van Behavioural Finance, de wetenschapstak die het gedrag van de beleggers onderzoekt, illustreerde dit aan de hand van een amusant onderzoek.

Zijn eerste klas met studenten stelde hij het volgende voor: ‘Stel: jullie hebben 30 dollar gewonnen. Vervolgens krijgen jullie de keuze om al dan niet een munt op te werpen. Kruis: jullie krijgen 9 dollar extra; munt: jullie moeten 9 dollar betalen. Wat doen jullie?’ 70% van de studenten stemden in met het opwerpen van de munt.

In zijn tweede klas krijgen de studenten de volgende keuze: ‘Muntje opwerpen of niet? Als je het niet wil doen, krijg je 30 dollar. Als je het wel wil doen, krijg je bij kruis 39 dollar. Bij munt krijg je 21 dollar.’ Deze keer wenst slechts 43% van de studenten de munt op te werpen.

Waar zit het verschil? Alvast niet in de mogelijke opbrengsten, want die zijn identiek: 21 of 39 dollar.

Het verschil zit louter in het hoofd. Of beter: in de portefeuille. De eerste klas kreeg 30 dollar vóór het aanbod, in de tweede klas maakte de 30 dollar deel uit van het aanbod. Anders gezegd: de eerste groep studenten bezat 30 dollar van bij de start. De tweede groep bezat niets.

Als je niets bezit, ben je sneller geneigd de zekerheid van 30 dollar te aanvaarden dan het risico te lopen uiteindelijk slechts 21 dollar over te houden.

Die reflex is ook te merken in de echte wereld. De vermogende belegger kan verliezen aan en is daarom bereid risico’s te nemen. De belegger die relatief weinig bezit, schuwt risico’s omdat hij het zich niet kan veroorloven het weinige dat hij heeft op het spel te zetten.

Dat is precies het omgekeerde van wat ze zouden moeten doen. De rijke heeft genoeg, en hoeft geen risico’s te lopen. Degenen met een beperkt bedrag aan spaargeld zouden eigenlijk wel degelijk het risico moeten aangaan. Veel verliezen kunnen ze niet, terwijl winst voor hen een wereld van verschil kan maken.

Dat geldt met name voor jongeren. In een gesprek met Mister Market Magazine zei Shogo Maeda, verantwoordelijke voor Japanse aandelen bij de vermogensbeheerder Schroders: ‘Japanse jongeren beleggen niet in aandelen, omdat ze geloven dat ze daar onvoldoende geld voor hebben.’ Dat geldt ook voor Belgische jongeren. De paradox is dat we weinig of niet in aandelen beleggen uit angst niet toe te zullen komen, terwijl over de lange termijn het net aandelen zijn die voor een substantiële vermogensaangroei zorgen.

Als het op aandelen aankomt zijn de minderbedeelden extreem weigerachtig, ook al omdat (ze ervan uitgaan dat) het bedrag dat ze voor beleggingen in aandelen moeten ophoesten zeer hoog is (en bij een crash kunnen ze dat allemaal verliezen).

Als het investeringsbedrag laag is, is de risicoappetijt bij behoeftigen plots wél zeer hoog. De loterij trekt gemiddeld veel meer onvermogenden dan vermogenden aan. Die loterij doet dromen, en ach, zo’n lotje kost zoveel toch niet? Dat ene lotje niet, neen. Maar wekelijks een gokje wagen kan de factuur op het einde van het jaar fors doen oplopen.

‘Een mens aanvaardt graag een grote kans op een klein verlies in ruil voor een kleine kans op een grote winst’, zei Nobelprijswinnaar Kenneth Arrow, expert in de financiële theorie. Ziedaar de basis van het succes van de goktenten.

De loterij is gevaarlijk voor de gewone mens. En de beurs is geen loterij.

Posted on 31 mei 2015 at 13:05

Tags:

Geen reacties

Geef een reactie