Zanna over Jean Tirole

Hieronder vindt u een ingekorte versie van een column van Zanna Massaert, gepubliceerd in De Tijd van oktober 2009. Ze had het over twee heren die nadien de Nobelprijs kregen: Robert Shiller in 2013, Jean Tirole in 2014.

Hij mag de prijs hebben, ook al heeft hij een geweldig fout kapsel. Een Nobelprijs economie is immers geen schoonheidsprijs. Een groteske lok, een onnozel strikje, een vliegeniersbril, een steenpuist, het mag allemaal. Die heren van het Nobelprijscomité kijken naar verdienste, niet naar uiterlijk. Dus mag Robert Shiller hem dit jaar hebben, als 63ste laureaat in de 41-jarige geschiedenis van de ‘Bank of Sweden Prize in Economic Sciences in Memory of Alfred Nobel’.

(…)

Robert Shiller verdient hem zeker, want hij is simpelweg ’s werelds grootste autoriteit op het gebied van financiële euforie. Meer nog: hij heeft de twee recentste bubbels (dotcoms en huizen) voorspeld en geeft bovendien zeer bruikbare tips om nieuwe bubbels te vermijden. Maar nu het op Amerikaanse leest geschoeide vakgebied van de financiële theorie zijn wonden likt, zal het comité het allicht niet kies vinden om een Amerikaan en een criticus van de modelmatige theorie te belonen.

Dus schuif ik een andere kandidaat naar voren: Jean Tirole. Hij is geen Amerikaan, maar een Fransman. Dat moet als een pluspunt gelden, want was het Amerika niet dat ons allemaal die crisis in de nek gedraaid heeft? Tirole heeft geen afgrijselijke haarlok, maar is netjes gekortwiekt. Hij kreeg een eredoctoraat aan een universiteit waar ikzelf urenlang rokjes versleet, ook een pluspunt.

En hij zegt geen nare dingen over mijn vrienden van de financiële media, zoals Shiller onlangs. ‘De media versterken het effect van zeepbellen. In primitieve maatschappijen heb je geen media en dus ook geen zeepbellen’, zei Mr.Haarlok in Wirtschaftswoche. Neen, dat is juist, Robert. Je hebt er trouwens ook geen beurs.

Tirole is een expert in een economisch domein dat niet meteen te maken heeft met de crisis: de concurrentie tussen ondernemingen. En vooral, ik bezit een boek van hem, ‘The Theory of Corporate Finance’. ‘So what?’, vraagt u zich af? Wel, beste lezer, het boek telt 644 pagina’s, telt ruim dubbel zoveel voetnoten, drie keer zoveel moeilijke woorden en vier keer zoveel formules. Kortom, die kanjer is volstrekt onleesbaar. Als dàt geen Nobelprijs verdient!

Posted on 13 oktober 2014 at 13:19

Tags:

Geen reacties

Geef een reactie